0

Toets |Geschiedenis Werkplaats |Havo |Klas 2 |Hoofdstuk 1 |Versie A

Bij elke vraag staat tussen de haakjes de paragraaf waarin het begrip / de gebeurtenis wordt behandeld.

Kennis

1) Wat betekenen onderstaande begrippen?

  • a) mechanisch (1)
  • b) kalender (1)
  • c) vroegmoderne tijd (1)
  • d) mens- en wereldbeeld (2)
  • e) humanisten (2)
  • f) mentaliteit (2)
  • g) predikant (3)
  • h) staten (4)
  • i) stadhouder (4)
  • j) landvoogd (4)
  • k) front (4)
  • l) terreur (4)
  • m) volkslied (5)

2) Welk begrip past bij de omschrijving?

Omschrijving Begrip
1. Calvinistische opstandeling tegen Filips II

2. Eerste deel van de bijbel dat gaat over het jodendom

3. Iemand die creativiteit gebruikt om iets moois te maken

4. Opsporen en gevangennemen

5. Tijd waarin de maan om de aarde draait

6. Tijd waarin de maan om de zon draait

I geus (4)

II kunstenaar (1)

III maanmaand (1)

IV Oude Testament (2)

V vervolgen (3)

VI zonnejaar (1)

3) Wie waren onderstaande personen?

  • a) Luther (3)
  • b) Calvijn (3)
  • c) Karel V (3 en 4)
  • d) Willem van Oranje (4 en 5)
  • e) Erasmus (2)
  • f) Filips II (4)

4) Plaats de zes gebeurtenissen in de juiste volgorde. Schrijf alleen de nummers op.

  • 1. Alva wordt de nieuwe landvoogd van de Nederlanden (4).
  • 2. De Beeldenstorm vindt plaats (4).
  • 3. De Nederlanden worden een republiek (4).
  • 4. Geuzen veroveren Den Briel (4).
  • 5. Karel V krijgt de soevereiniteit over de Nederlanden (3 en 4).
  • 6. Opstandelingen sluiten de Unie van Utrecht (4).

Begrip

5) Twee spreuken:

  • – Memento mori: gedenk het sterven (2)
  • – Carpe diem: geniet van het leven (2)

Welke spreuk past het beste bij de renaissance? Leg je antwoord uit (2).

6) Leg uit dat de uitvinding van de boekdrukkunst de verspreiding van het humanisme bevorderde (2).

7) Er worden twee gebeurtenissen worden genoemd als begin van de reformatie (3): 1517 en 1521. Leg uit waarom beide jaartallen gezien kunnen worden als start van de reformatie.

8) Leg uit dat hoe onderstaande zaken als oorzaak van de Opstand in de Nederlanden kunnen worden gezien.

  • a) Centralisatie (4)
  • b) Calvinistische predikanten die in de open lucht kerkdiensten organiseren (4).

Toepassen

9) Bekijk onderstaande afbeelding. Dit portret wordt gezien als een typisch kunstwerk uit de renaissance. Leg uit waarom dit kunstwerk past bij de renaissance (2).


Michelangelo, zelfportret.

10) De welvaart in Noord-Italië groeide aan het begin van de vroegmoderne tijd snel. Leg uit dat de groeiende welvaart de komst van de renaissance bevorderde (2).

11) In 1570 werd door de geuzen een munt gemaakt met daarop de tekst ‘liever Turks dan paaps’. Een ‘paap’ is een aanhanger van de katholieke kerk. Leg uit waarom de geuzen de Turken meer waardeerden dan de katholieke gelovigen (4).

12) Een stukje uit het Wilhelmus (10e couplet):

Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed*
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken*
* wederspoed: tegenslag
* krenken: pijn doen

Leg uit dat dit stukje uit het Wilhelmus bedoeld is als propaganda (5).

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 44.192.112.123 | 08-03-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 44.192.112.123 | 08-03-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 44.192.112.123 | 08-03-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 44.192.112.123 | 08-03-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 44.192.112.123 | 08-03-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 44.192.112.123 | 08-03-2021

Uitwerkingen worden niet geprint maar zijn altijd terug te vinden in jouw persoonlijke overzicht

Uitwerkingen

Weet je zeker dat je de uitwerking wilt bekijken? Zorg eerst dat je alle opgaven hebt gemaakt.

Bekijk uitwerkingen

Bij elke vraag staat tussen de haakjes de paragraaf waarin het begrip / de gebeurtenis wordt behandeld.

Kennis

1) Wat betekenen onderstaande begrippen?

  • a) mechanisch: werkend met een machine
  • b) kalender: lijst met daarin de dagen en maanden van een jaar
  • c) vroegmoderne tijd: vierde periode (1400-1600)
  • d) mens- en wereldbeeld: geleerde die klassieke teksten bestudeert
  • e) humanisten: geleerden, bestuderen klassieke teksten
  • f) mentaliteit: manier van denken
  • g) dominee: leider van een protestantse kerkdienst
  • h) staten: bestuur van een gewest
  • i) stadhouder: vertegenwoordiger van een vorst
  • j) landvoogd: plaatsvervanger van een vorst
  • k) front: plaats waar gevochten wordt
  • l) terreur: bang maken met geweld
  • m) volkslied: lied dat namens een volk wordt gebruikt

2) Welk begrip past bij de omschrijving?

Omschrijving Begrip
1. Calvinistische opstandeling tegen Filips II

2. Eerste deel van de bijbel dat gaat over het jodendom

3. Iemand die creativiteit gebruikt om iets moois te maken

4. Opsporen en gevangennemen

5. Tijd waarin de maan om de aarde draait

6. Tijd waarin de maan om de zon draait

I geus (4)

II kunstenaar (1)

III maanmaand (1)

IV Oude Testament (2)

V vervolgen (3)

VI zonnejaar (1)

Uitwerking: 

De combinaties zijn: 1I, 2IV, 3II, 4V, 5III, 6 VI.

 

3) Wie waren onderstaande personen?

  • a) Luther (3)
  • b) Calvijn (3)
  • c) Karel V (3 en 4)
  • d) Willem van Oranje (4 en 5)
  • e) Erasmus (2)
  • f) Filips II (4)

Uitwerking: 

  • a) Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
    • Luther had kritiek op de katholieke kerk,
    • Met name de handel in aflaten keurde hij af en
    • Toen hij zijn kritiek bekend maakte, kwam er een scheuring in de christelijke kerk.
  • b) Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
    • Calvijn had net als Luther kritiek op de katholieke kerk,
    • Gelovigen moesten hard werken en sober leven en
    • Als de koning het ware geloof bestreden, mochten gelovigen in opstand komen.
  • c) Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
    • Karel V was koning van Spanje,
    • Hij wilde het bestuur van de Nederlanden centraliseren en de calvinistische gelovigen vervolgen en
    • Hierdoor kwam hij in conflict met de Nederlandse bevolking. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Filips II
  • d) Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
    • Willem van Oranje was een van de belangrijkste bestuurders van de Nederlanden, 
    • Hij kwam in conflict met de Spaanse koning en 
    • Hij werd leider van de opstandelingen. 
  • e) Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
    • Erasmus was een humanist,
    • Hij vertaalde het Nieuwe Testament en 
    • Hij ontdekte vertaalfouten in de katholieke Bijbelvertaling.
  • f) Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
    • Filips II volgde zijn vader Karel V op als vorst van de Nederlanden,
    • Het bestaande conflict tussen de Nederlanders en de Spaanse vorst verergerde 
    • Uiteindelijk werd hij afgezet als vorst.

 

4) Plaats de zes gebeurtenissen in de juiste volgorde. Schrijf alleen de nummers op.

  • 1. Alva wordt de nieuwe landvoogd van de Nederlanden (4).
  • 2. De Beeldenstorm vindt plaats (4).
  • 3. De Nederlanden worden een republiek (4).
  • 4. Geuzen veroveren Den Briel (4).
  • 5. Karel V krijgt de soevereiniteit over de Nederlanden (3 en 4).
  • 6. Opstandelingen sluiten de Unie van Utrecht (4).

Uitwerking: 

De juiste volgorde is:  

  • 5. Karel V krijgt de soevereiniteit over de Nederlanden 
  • 2. de Beeldenstorm vindt plaats 
  • 1. Alva wordt de nieuwe landvoogd van de Nederlanden
  • 4. geuzen veroveren Den Briel
  • 6. opstandelingen sluiten de Unie van Utrecht 
  • 3. de Nederlanden worden een republiek 

Alleen de nummers: 5, 2, 1,4, 6, 3.

Begrip

5) Twee spreuken:

  • – Memento mori: gedenk het sterven (2)
  • – Carpe diem: geniet van het leven (2)

Welke spreuk past het beste bij de renaissance? Leg je antwoord uit (2). 

Uitwerking: 

Een goed antwoord bestaat uit de volgende elementen:

  • 1. Het noemen van de juiste spreuk: Carpe Diem
  • 2. Uitleg waarin je uitlegt waarom Carpe Diem het beste bij de renaissance past. Een juist voorbeeld: Carpe Diem gaat over genieten van het leven. Dit past beter bij de renaissance omdat in deze tijd genieten van kunst en de leuke dingen van het leven belangrijker werden.

 

 

6) Leg uit dat de uitvinding van de boekdrukkunst de verspreiding van het humanisme bevorderde (2).

Uitwerking: 

Een juist antwoord bestaat uit de volgende elementen:

  • 1. Een uitleg van het begrip humanisme. Een juist voorbeeld: Het humanisme stelde de mens meer centraal.
  • 2. Een uitleg waarom door de boekdrukkunst nieuwe opvattingen zich sneller kunnen verspreiden. Bijvoorbeeld: Humanistische geleerden schreven boeken. Deze boeken konden nu worden gedrukt. Dit was goedkoper en sneller. Meer mensen konden deze boeken lezen.

 

 

7) Er worden twee gebeurtenissen worden genoemd als begin van de reformatie (3): 1517 en 1521. Leg uit waarom beide jaartallen gezien kunnen worden als start van de reformatie.

Uitwerking: 

Een juist antwoord bij elk jaar bestaat uit de volgende elementen:

  • 1. Bij elk jaar moet je een gebeurtenis uit dat jaar noemen.
  • 2. Een uitleg waarom deze gebeurtenis het startpunt van de reformatie kan zijn. Bijvoorbeeld:
  • – In 1517: Luther publiceerde zijn kritiek op de katholieke kerk. Sommige gelovigen bezochten eigen kerkdiensten (volgens de ideeën van Luther).
  • – In 1521: Er vond een Rijksdag plaats. Geleerden spraken over de ideeën van Luther. Het werd duidelijk dat de verschillen zo groot waren dat beide partijen het niet meer eens zouden worden. De breuk kon niet meer worden geheeld.

 

8) Leg uit dat hoe onderstaande zaken als oorzaak van de Opstand in de Nederlanden kunnen worden gezien.

  • a) Centralisatie (4)
  • b) Calvinistische predikanten die in de open lucht kerkdiensten organiseren (4).  

Uitwerking: 

Een juist antwoord bestaat uit de volgende elementen:

  • a)
    • 1. Een uitleg van het begrip centralisatie. Bijvoorbeeld: Door centralisering wil de Spaanse vorst dat in alle gewesten dezelfde regels zouden gelden.
    • 2. Hoe dit leidt tot opstand. Bijvoorbeeld: Bestuurders van gewesten vonden dat zij zelf het recht hadden om te bepalen wat wel of niet mocht in hun gewest. Dit leverde een conflict op en droeg zo bij aan de opstand.
  • b) 
    • 1. Een uitleg van wat er gebeurt tijdens open lucht kerkdiensten. Bijvoorbeeld: Tijdens de kerkdiensten in de open lucht werden mensen opgeroepen om beelden uit de katholieke kerken te verwijderen.
    • 2. Hoe dit leidt tot opstand. Bijvoorbeeld: Toen mensen dat deden, kwam Alva. Door het harde optreden van Alva groeide de onvrede en kwamen Nederlanders in opstand.

Toepassen

9) Bekijk onderstaande afbeelding. Dit portret wordt gezien als een typisch kunstwerk uit de renaissance. Leg uit waarom dit kunstwerk past bij de renaissance (2).

Michelangelo, zelfportret. Bron: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/9/9e/Michelango_Portrait_by_Volterra.jpg/512px-Michelango_Portrait_by_Volterra.jpg

Uitwerking: 

Een juist antwoord bestaat uit de volgende elementen:

  • 1. Een omschrijving van wat Renaissancekunstenaars anders doen. Bijvoorbeeld: Renaissancekunstenaars maakten zelfportretten en maakten hun naam bekend.
  • 2. Een verwijzing naar een beeldelement waarin je dit terugziet. Bijvoorbeeld: Dit schilderij is een zelfportret van Michelangelo.

 

10) De welvaart in Noord-Italië groeide aan het begin van de vroegmoderne tijd snel. Leg uit dat de groeiende welvaart de komst van de renaissance bevorderde (2).

Uitwerking: 

Een juist antwoord bestaat uit de volgende elementen:

  • 1. Een uitleg over wat stijgende welvaart betekent. Bijvoorbeeld: Als de welvaart stijgt, is er meer geld beschikbaar voor luxegoederen.
  • 2. Hoe dat bijdraagt aan de renaissance. Bijvoorbeeld: Inwoners van Noord-Italië konden nu mooie spullen, zoals schilderijen, kopen. Renaissancekunstenaars hadden dus meer werk.

 

11) In 1570 werd door de geuzen een munt gemaakt met daarop de tekst ‘liever Turks dan paaps’. Een ‘paap’ is een aanhanger van de katholieke kerk. Leg uit waarom de geuzen de Turken meer waardeerden dan de katholieke gelovigen (4).

Uitwerking: 

Een juist antwoord bestaat uit de volgende elementen:

  • 1. Een omschrijving van de verhouding tussen Turken en Spanjaarden. Bijvoorbeeld: De Turken waren tegenstander van Spanje. De Spanjaarden verdedigden de katholieke kerk.
  • 2. Een uitleg over waarom Nederlandse Opstandelingen daarom de Turken steunen. Bijvoorbeeld: Een tegenstander van de katholieke kerk kon rekenen op de waardering van de Nederlandse Opstandelingen.

 

12) Een stukje uit het Wilhelmus (10e couplet):

Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed*
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken*
* wederspoed: tegenslag
* krenken: pijn doen

 

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelmus.

Leg uit dat dit stukje uit het Wilhelmus bedoeld is als propaganda (5).

 

Uitwerking: 

Een juist antwoord bestaat uit de volgende elementen:

  • 1. Een uitleg van het begrip propaganda. Bijvoorbeeld: Bij propaganda wordt de tegenstander zo slecht mogelijk beschreven.
  • 2. Een verwijzing naar de tekst waarin propaganda voorkomt. Enkele voorbeelden:
    • In dit stukje wordt weergegeven dat de inwoners arm worden. Dit blijkt uit het woord ‘verarmen’.
    • In dit stukje wordt weergegeven dat de Spanjaarden geweld gebruiken. Dit blijkt uit de zin ‘u… krenken’.