Toets |Stepping Stones 7e ed |Vwo |Klas 2 |Hoofdstuk 1 |Versie A (voorbeeld)

Kennis

1) Vertaal de volgende woorden of uitdrukkingen. (Tussen haakjes staat uit welk blok het woord/de uitdrukking komt.)

  • a) toiletspullen (TW)
  • b) to dine out (TW)
  • c) smelten (A)
  • d) refer to (C)
  • e) precies (F)
  • f) fietsen (F)
  • g) collide (G)
  • h) flip-flops (TW)
  • i) float (A)
  • j) uitvinding (C)
  • k) tijdverdrijf (G)
  • l) miezerig druilerig (TW)
  • m) access (G)
  • n) apparently (A)
  • o) recreatief (C)
  • p) book (G)
  • q) verveeld (F)
  • r) Honestly (A)
  • s) alternative (C)
  • t) zich veroorloven (F)

2) Vertaal de volgende zinnen. (Tussen haakjes staat uit welke Stone de zin komt.)

  • a) Hoe was je reis naar Berlijn? (Stone 1)
  • b) Hoe dan ook, om een lang verhaal kort te maken, het was een reis die ik nooit meer zal vergeten. (Stone 2)
  • c) Edinburgh is een interessante plaats, maar het is heel toeristisch. (Stone 3)
  • d) We bezochten een wildreservaat op de laatste dag van onze vakantie. (Stone 2)
  • e) Toen we op vakantie waren gingen we wandelen en kamperen in de valleien. (Stone 1)
  • f) Mijn rondreis was een teleurstelling, omdat de nachten ijskoud waren. (Stone 3)

3) Geef de past simple van de volgende onregelmatige werkwoorden. (E)

  • a) stand
  • b) write
  • c) quit
  • d) forbid
  • e) bring
  • f) bleed
  • g) have
  • h) learn
  • i) understand

Begrip

4) Past simple en past continuous. (I)

  • a) Als ik een verhaal wil vertellen over iets wat in het verleden gebeurde, welke tijd gebruik ik dan?
  • b) Als ik wil vertellen dat iets op een bepaald moment in het verleden plaatsvond, welke tijd gebruik ik dan?
  • c) Geef een voorbeeldzin waarin beide tijden (tenses) gebruikt worden.

Toepassen

5) Vul de juiste vorm van de past continuous in. (I)

  • a ) He … (fill) in his report card.
  • b) The children of this class … (perform) a dance for the parents.
  • c) The wind … (blow) through the leaves.
  • d) I … (wear) my brand new sweater.
  • e) You and I … (walk) towards the bus station.
  • f) … you … (eat) a sandwich from that new store?
  • g) She … (have) a choir practice.
  • h) They … (wake) up the children.

6) Kies tussen de past simple en past continuous. (I)

  • a) We … (make) a salad, but … (have) to stop.
  • b) The teacher … (scramble) the letters of the word.
  • c) My little sister … (do) the groceries when she … (see) someone being robbed.
  • d) The keys on my keyboard … (be) all sticky.
  • e) They … (clean) the cupboards when they … (notice) the mouse. 

7) Vertaal de volgende zinnen. Let op de past simple en past continuous. (E en I)

  • a) Zij waren naar school aan het fietsen toen de mevrouw de weg vroeg (ask for directions).
  • b) Zij gooide haar appel in het gras.
  • c) Alan was zijn huiswerk aan het zoeken.
  • d) Ik was de hond aan het uitlaten toen ik struikelde over een tak.
  • e) Opa was aan het vissen toen ik op bezoek kwam.

8) Vertaal de volgende varianten op de Stones-zinnen.

  • a) Dagelijks gingen we voor een wandeling.
  • b) Ik ging naar het strand met een groep vrienden op 14 augustus 2020.
  • c) Zij waren het bos aan het verkennen toen ze donder hoorden.
  • d) Ik vond het landschap prachtig, maar het weer was te klam. 
  • e) Het was geweldig, want we hebben veel bezienswaardigheden bezocht.

9) Zet bij de volgende werkwoorden het onregelmatige werkwoord in de juiste kolom en geef de past simple.

lend, drink, bring, catch, do, fall, get, hang, keep, set, spend, spin

form stays the sameconsonant changeconsonant added-ought/-aughtvowel change
vb.: keep – kept

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 54.36.148.66 | 26-10-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 54.36.148.66 | 26-10-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 54.36.148.66 | 26-10-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 54.36.148.66 | 26-10-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 54.36.148.66 | 26-10-2021

Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd en mag niet worden gedeeld. | Jouw gegevens: | | 54.36.148.66 | 26-10-2021

Uitwerkingen worden niet geprint maar zijn altijd terug te vinden in jouw persoonlijke overzicht

Uitwerkingen

Weet je zeker dat je de uitwerking wilt bekijken? Zorg eerst dat je alle opgaven hebt gemaakt.

Bekijk uitwerkingen

Let bij het nakijken goed op de volgende punten:

* Heb je alles goed gespeld?
* Welke blokjes moet je nog beter leren?
* Heb je meer dan één fout per opdracht? Dan raden wij je aan om het beter te leren om een voldoende te halen op de toets. 

Kennis

1) Vertaal de volgende woorden of uitdrukkingen. (Tussen haakjes staat uit welk blok het woord/de uitdrukking komt.)

  • a) toiletspullen (TW)
  • b) to dine out (TW)
  • c) smelten (A)
  • d) refer to (C)
  • e) precies (F)
  • f) fietsen (F)
  • g) collide (G)
  • h) flip-flops (TW)
  • i) float (A)
  • j) uitvinding (C)
  • k) tijdverdrijf (G)
  • l) miezerig druilerig (TW)
  • m) access (G)
  • n) apparently (A)
  • o) recreatief (C)
  • p) book (G)
  • q) verveeld (F)
  • r) Honestly (A)
  • s) alternative (C)
  • t) zich veroorloven (F)

 

Uitwerking:

  • a) toiletries (TW)
  • b) uit eten gaan (TW)
  • c) melt (A)
  • d) verwijzen naar (C)
  • e) exactly (F)
  • f) cycle (F)
  • g) botsen (G)
  • h) teenslippers (TW)
  • i) drijven (A)
  • j) invention (C)
  • k) pastime (G)
  • l) drizzly (TW)
  • m) toegang krijgen tot (G)
  • n) blijkbaar (A)
  • o) recreational (C)
  • p) een reis regelen (G)
  • q) bored (F)
  • r) eerlijk gezegd (A)
  • s) alternatief (C)
  • t) afford (F)

2) Vertaal de volgende zinnen. (Tussen haakjes staat uit welke Stone de zin komt.)

  • a) Hoe was je reis naar Berlijn? (Stone 1)
  • b) Hoe dan ook, om een lang verhaal kort te maken, het was een reis die ik nooit meer zal vergeten. (Stone 2)
  • c) Edinburgh is een interessante plaats, maar het is heel toeristisch. (Stone 3)
  • d) We bezochten een wildreservaat op de laatste dag van onze vakantie. (Stone 2)
  • e) Toen we op vakantie waren gingen we wandelen en kamperen in de valleien. (Stone 1)
  • f) Mijn rondreis was een teleurstelling, omdat de nachten ijskoud waren. (Stone 3)

Uitwerking: 

  • a) How was your trip to Berlin? (Stone 1) 
  • b) Anyway, to cut a long story short, it was a trip I will never forget. (Stone 2)                  
  • c) Edinburgh is an interesting place, but it’s really touristy. (stone 3)           
  • d) We visited a wildlife reserve on the last day of our holiday. (Stone 2)                                                                                
  • e) When we were on holiday, we went hiking and camping in the valleys. (Stone 1)
  • f) My backpacking trip was a disappointment, because the nights were freezing cold. (Stone 3)

3) Geef de past simple van de volgende onregelmatige werkwoorden. (E)

  • a) stand
  • b) write
  • c) quit
  • d) forbid
  • e) bring
  • f) bleed
  • g) have
  • h) learn
  • i) understand

Uitwerking: 

  • a) stood
  • b) wrote
  • c) quit
  • d) forbade
  • e) brought
  • f) bled
  • g) had
  • h) learnt
  • i) understood

Begrip

4) Past simple en past continuous. (I)

  • a) Als ik een verhaal wil vertellen over iets wat in het verleden gebeurde, welke tijd gebruik ik dan?
  • b) Als ik wil vertellen dat iets op een bepaald moment in het verleden plaatsvond, welke tijd gebruik ik dan?
  • c) Geef een voorbeeldzin waarin beide tijden (tenses) gebruikt worden.

Uitwerking: 

  • a) past continuous
  • b) past simple
  • c) I was writing (past continuous, lang) a letter, when my mother called (past simple, kort) me for dinner. 
  • Tip: Wanneer beide vormen in een zin worden gebruikt duurt de past simple vaak korter dan dan past continuous.

Toepassen

5) Vul de juiste vorm van de past continuous in. (I)

  • a ) He … (fill) in his report card.
  • b) The children of this class … (perform) a dance for the parents.
  • c) The wind … (blow) through the leaves.
  • d) I … (wear) my brand new sweater.
  • e) You and I … (walk) towards the bus station.
  • f) … you … (eat) a sandwich from that new store?
  • g) She … (have) a choir practice.
  • h) They … (wake) up the children.

Uitwerking:

  • a) He was filling in his report card.
  • b) The children of this class were performing a dance for the parents.
  • c) The wind was blowing through the leaves.
  • d) I was wearing my brand new sweater.
  • e) You and I were walking towards the bus station.
  • f) Were you eating a sandwich from that new store?
  • g) She was having a choir practice.
  • h) They were waking up the children.

 

  • Tip: Past continuous = was/were + ing-vorm
  • 1. Bepaal of het onderwerp enkelvoud is of meervoud.
    VB. He …(fill) in this report card. Onderwerp = Wie + persoonsvorm? > Wie + fill? → he
  • 2. Enkelvoud = was + ing-vorm, meervoud = were + ing-vorm
    VB. He = enkelvoud > was filling

6) Kies tussen de past simple en past continuous. (I)

  • a) We … (make) a salad, but … (have) to stop.
  • b) The teacher … (scramble) the letters of the word.
  • c) My little sister … (do) the groceries when she … (see) someone being robbed.
  • d) The keys on my keyboard … (be) all sticky.
  • e) They … (clean) the cupboards when they … (notice) the mouse.

Uitwerking: 

  • a) We were making a salad, but had to stop.
  • b) The teacher was scrambling the letters of the word.
  • c) My little sister was doing the groceries when she saw someone being robbed.
  • d) The keys on my keyboard were all sticky.
  • e) They were cleaning the cupboards when they noticed the mouse.

    Tip:

    • Als je het lastig vindt om te bepalen met welke tijd je te maken hebt, kun je een tijdsbalk maken.
    • Hoe maak je een tijdsbalk?:
      1. Het eerste gedeelte van de tijdsbalk is het verleden.
      2. Het middelste streepje is nu (heden)
      3. Het laatste gedeelte is de toekomst.
      4. Zet een kruisje als het op één bepaald moment in het verleden gebeurde of zet meerdere kruisjes als het langer duurde. Zo zie je het verschil.

 

  • Past simple |———X———|—————|
    * Verleden
    * Nu afgelopen
    * Tijdstip vaak aangegeven (signaalwoorden: yesterday, in 1980, this morning, last year)

 

  • Past continuous |—XXXXX——-|—————|
    * Duurde een tijdje in het verleden
    * Nu afgelopen
    * Signaalwoorden: when, as, while

 

LET OP: Wanneer beide vormen in een zin worden gebruikt duurt de past simple vaak korter dan dan past continuous.

 

7) Vertaal de volgende zinnen, let op de past simple en past continuous. (E en I)

  • a) Zij waren naar school aan het fietsen toen de mevrouw de weg vroeg (ask for directions).
  • b) Zij gooide haar appel in het gras.
  • c) Alan was zijn huiswerk aan het zoeken.
  • d) Ik was de hond aan het uitlaten toen ik struikelde over een tak.
  • e) Opa was aan het vissen toen ik op bezoek kwam.

Uitwerking: 

  • a) They were cycling to school when the lady asked for directions?
    Tip: Zij is hier meervoud dus krijg je were. Het is iets wat ze aan het doen waren (een tijdje), dus krijg je de past continuous (were cycling). Na toen krijg je meestal de past simple. Je wilt omschrijven dat iets aan de gang was (past continuous) op het moment dat iets anders gebeurde (past simple).

 

  • b) She threw her apple in the grass.
    Tip: Het gooien van de appel is geen continu proces, maar van korte duur dus krijg je de past simple.

 

  • c) Alan was searching (for) his homework.
    Tip: Wat was Alan aan het doen? Je vertelt dat hij ergens mee bezig was (een tijdje). 

 

  • d) I was walking the dog when I tripped over a branch.
    Tip: Het struikelen (past simple) duurt korter dan het uitlaten van de hond (past continuous).

 

  • e) Grandpa was fishing when I came to visit.
    Tip: Het vissen duurde lang (past continuous) dan het langskomen (past simple).

8) Vertaal de volgende varianten op de Stones-zinnen. (Stones). 

  • a) Dagelijks gingen we voor een wandeling.
  • b) Ik ging naar het strand met een groep vrienden op 14 augustus 2020.
  • c) Zij waren het bos aan het verkennen toen ze donder hoorden.
  • d) Ik vond het landschap prachtig, maar het weer was te klam. 
  • e) Het was geweldig, want we hebben veel bezienswaardigheden bezocht.

Uitwerking: 

  • a) Daily, we went for a stroll.
    Tip: Na dagelijks (daily) komt er een komma. Wanneer je een tijdsbepaling aan het begin van een zin zet, wil je daar de nadruk op leggen. Je krijgt in deze zin een past simple omdat je het tijdstip aangeeft.

 

  • b) I hit the beach with a group of friends on August 14, 2020.
    Tip: Er zijn verschillende manieren om een datum te noteren. Let op dat je de maand met een hoofdletter schrijft en je tussen twee losse getallen een komma gebruikt. De verleden tijd (past simple) van hit blijft hetzelfde. Er staat een specifiek moment dus krijg je de past simple.

 

  • c) They were exploring the forest when they heard thunder.
    Tip: Je beschrijft dat zij iets aan het doen waren (namelijk verkennen) toen er iets anders gebeurde. Het verkennen duurde langer (past continuous) dan het horen van de bliksem (past simple). Hear is een onregelmatig werkwoord (irregular verb) en krijgt een consonant toegevoegd.

 

  • d) I thought the scenery was amazing, but the weather was too humid.
    Tip: Wat je van het landschap vindt, is niet een langdurig iets maar een staat van zijn; je vindt het mooi of niet. In dat geval krijg je niet de past continuous, maar de past simple. Let op de schrijfwijze van weather (niet whether) en too (niet two of to).

 

  • e) It was fantastic/amazing, because we went sightseeing a lot.
    Tip: To go sightseeing is een vaste uitdrukking, dit vertaal je dus niet letterlijk vanuit het Nederlands. In beide zinsgedeeltes (phrases) beschrijf je een feit of staat van zijn. Het gaat niet om wat je aan het doen was. Je krijgt dus in beide situaties de past simple.

 

9) Zet bij de volgende werkwoorden het onregelmatige werkwoord in de juiste kolom en geef de past simple.

lend, drink, bring, catch, do, fall, get, hang, keep, set, spend, spin

form stays the sameconsonant changeconsonant added-ought/-aughtvowel change

Uitwerking:

  1. Zie de ingevulde tabel:
form stays the sameconsonant changeconsonant added-ought/-aughtvowel change
Set – setLend – lentKeep – keptBring – broughtDrink – drank
Spend – spent(do – did)Catch – caughtDo – did
   Fall – fell
    Get – got
    Hang – hung
    Spin – spun
    

Heb jij een aanvulling op deze specifieke toets? Klik dan hier.


    error: Content is protected !!